De inrichting van de tuin

 

Bezoek aan de tuin begint in de voortuin, die eenvoudig van inrichting is met buxushagen en -blokken, op de grens met de oprit van de buren Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’en in de tuin een prachtige Prunus subhertilla ‘Autumnalis’. Verder Hydrangea petiolaris tegen de voorgevel, als gezelschap twee ramblers, ‘Veilchenblau’ en ‘Bobby James’. Aan de andere kant het begin van de losse haag van Crataegus, Fraxinus, Acer campestre, Carpinus, Liguster en Sambucus, de haag loopt door tot het einde van de tuin. Langs de zijkant loop je naar de achtertuin.De achtergevel bevat deels de ramen van de woonkamer en deels die van de tuinkamer. 

 



De gevellijn wordt gevolgd door een vijver die direct tegen het huis ligt. Iets verder in de tuin ligt de kas, waar planten in overwinteren. Er is veel gedaan om die kas, een noodzakelijk maar lelijk ding, zoveel mogelijk aan het oog te ontrekken. Het terrein is geaccidenteerd, er zijn nogal wat trappen. De boventuin heeft een sterk Oosterse inslag, met bamboe en Acer en als huisboom een Liquidambar. Er staat  Aquilegia, Erigeron karvinskianus*) en Corydalis lutea en de witte vorm. ( *) Er is toch niks aan de hand? Tien jaar geleden groeide deze mooie plant alleen maar in potten, inmiddels zijn er weinig warme plekken in de tuin, waar de plant zichzelf niet heeft uitgezaaid en zelfs temperaturen van  meer dan min twintig in de winter van 2009 overleefd heeft, wel onder een dunne laag sneeuw.) Ook staan er lage grassen, Geranium, veel varens, zoals Asplenium scolopendrium  en een aantal cultivars van deze soort. Allerlei planten vinden in deze droge en warme hoek ideale groeiomstandigheden, gelardeerd met kiezel en grote stenen. De kiezel is de zogenaamde grauwe maaskiezel, die bestaat uit bruine, zwarte, grijze en andere lichte gekleurde steentjes uit de Maas, uitgezonderd wit.
De dikte is 5 tot 15 mm.

 

 


Bij de keuze van alle planten staan de eisen van de plant voorop. Licht, schaduw, vochtig enzovoort. Wij kijken naar herfstkleuren en geuren, de geschiktheid voor bijen, hommels en vlinders. En absoluut winterhard, niks afdekken of wat dan ook. Winterklaar maken is in Petershof volstrekt onbekend, net zoals mesten en noem maar op. Kasplanten groeien niet in de volle grond. Er staan planten in de tuin die geen kou verdragen, daarvoor is de kas, waar ze met pot en al de koude maanden doorbrengen. Kortlevende planten die zich uitzaaien, zoals Corydalis, Hieracium of Erigeron karvaskianus zijn altijd welkom. Toen de tuin nog jong was vergde dat veel kennis van zaailingen, dat bepaalde het wiedbeleid, geschoffeld is er toen nauwelijks en nu is dat niet meer nodig. Ook het wieden is zo goed als overbodig. De tuin is geen museum maar verandert voortdurend. De mol ploegt er door, planten staan uiteindelijk te donker en de plek wordt ingenomen door soorten die daar wel uitstekend gedijen. Als daardoor het totaalbeeld niet teveel wijzigt, leven en laten leven. En verrassingen? Ontelbare.

 

 

 

Direct bij het einde van de kas is een trap die naar de tuin leidt. De helling links is bestemd voor zonneliefhebbers, de achtertuin ligt gelukkig op het zuiden. De helling rechts wordt gedomineerd door een mooie Acer japonicum. Bij de haag Phyllostachys en diverse Fargesia, zaailingen van de uitgebloeide en verdwenen Fargesia nitida en F. muriliae. De onderbeplanting bestaat uit diverse soorten Geranium, waaronder een aantal zaailingen van G. phaeum in alle denkbare kleuren. Beneden loop je rechtdoor naar een terras met theehuis. Bij het kruispunt linksaf is de wandelroute door de tuin. Alle paden zijn bestraat met omgedraaide uitgewassen betontegels of bakstenen. De paden zijn of 60 of 40 centimeter breed. Links van het pad is een eilandborder met een volwassen Phyllostachys. Ook staat er een Cornus alternifolia en veel lage onderbeplating, vooral Geranium, Calamintha en andere bijen/hommel planten. Het is een warme en zonnige hoek. De Cornus is ook zeer in trek bij vlinders, bijen en hommels. Rechts van het pad staat Hydrangea aspera, Aralia californica, Persicaria amplexicaulis, Hosta sieboldiana en Polystichum setiferum `Dahlem´. Dit perk ligt in de schaduw van een bijna 50 jaar oude Wisteria chinensis, aan de voet daarvan groeien Helleborus, Fuchsia magellanica en Hosta. Tussen beide perken ligt kiezel, met Nevelstener zandsteen, ook oosters ingericht tot aan de rand van de vijver.



 


Voorbij de Wisteria staat een inmiddels vijftig jaar oude Prunus, aan de voet in de kiezel een menigte Cyclame, ook varens zoals Polystichum tsus-simense, grote zandstenen, Hosta, Syringa microphylla ‘Superba’. Ook staat er nieuwe Fargesia, die inmiddels al weer een aardige omvang bereikt heeft. Je gaat voor de galerij, bij Marije’s Hoek, links af en komt op een kleine pleintje met beeldje en kijkt langs twee opvliegende ganzen  (inspiratie opgedaan in de een septembermaand in Canada), over de vijver naar de verre overkant, waar aan de andere grens van de tuin het theehuis en terras een plaats hebben gekregen. Rondom de vijver liggen mergelblokken, zodat geen folie te zien is. De randen zijn beplant met een veelheid aan lage planten, afhankelijk van de plek, zonneliefhebbers of schaduwminnaars. Hakonechloa macra ‘Aureola’, Circaea intermedia en met al gezelschap Saxifraga  cortusifolia. Geranium, varens, Fuchsia, Primula ( de inheemse) Iris siberica en Iris ensata, Hosta, Millium effusum ‘Aureum’, Ophiopogon planiceps en O. japonicum, Epimedium, Hieracium en Liriope. Daartussen veel Allium. In het voorjaar staan grote delen van de tuin vol met daslook en speenkruid, Primula vulgaris en P.veris. Ook staat er Astilboides tabularis langs de vijverrand.

 

Verder lopend onder een haag van Cornus mas, staan links in een heel vochtig deel en schaduw, zowel van de Cornus mas als van de links groeiende mooie oude Cornus kousa, een Acer japonicum, een paar plekken brandnetels, voedsel voor 6 soorten van onze dagvlinders, de rupsen wel te verstaan, groot hoefblad en een grote groep Darmera peltatum en soorten varens. Een stukje verder, nog onder de C. mas, staan varens, Hosta, Aruncus, Pulmonaria en veel andere bodembedekkers. We lopen dan het “bos” in, onder twee oude ( 45 jaar) Amelanchier. Verderop twee Sorbus, een Chinese Acer die nogal veel last heeft van de verwelkingsziekte, Acer campestre, een jongere Ginkgo, een 50 jaar oude Acer rubrum en idem Robinia pseudoacacia ‘Frisia’.Langs de randen van de tuin losse hagen van meidoorn, spaanse aak, beuken en haagbeuk.





Aan de voorkant staat nog een Cornus kousa, maar ook een Cornus controversa, vijf mooie Malus struiken. Eronder Hydrangea serrata, Matteuccia struthiopteris, andere varen soorten, Luzula en Carex, Polygonatum, Bergenia, veel Pulmonaria en Epimedium, grote plakkaten Hedera helix en in de halfschaduw grote groepen Kirengeshoma en Aconitum. Ook een flinke pluk Veratrum.

 

Verder loop je langs een aantal ook 50 jaar oude Crataegus tegen twee evenoude Carpinus betulus op. Daar mocht het zevenblad zijn gang gaan, maar zelfs die vindt het zo langzamerhand te donker worden. Je loopt het bos uit en aan de voet van de twee Carpinus staat een flinke hoeveelheid Buxus, geknipt als wolken en aan de voet Hakonechloa macra. Het theehuisje lonkt, omgeven door potplanten. Vooral Hosta, de Pelargoniums soorten van de groep Stellar met als favoriet Vancouver Centennial. Ook de nieuwe enkelbloemige en veel op de wilde vorm lijkende Dahlia in soorten, de Honka, staan hier in pot. Kunnen de slakken er niet bij. In de hele tuin staan veel bollen overal Narcissus en met name de inheemse . Ook Leucojum en vooral Galanthus is royaal aanwezig, in gezelschap van allerlei ander spul, zoals als Arum, de inheemse, Camassia en Eranthis.



Bekijk tuinfoto's

beginpagina

 

 

 

 

Petershof-Weustenrade