Weustenrade is nog altijd een mooi en vooral klein gehucht. Toen ik in 1962 het huidige huis kon kopen, nog net niet afgebouwd, was nadenken het laatste. Aan de rand van de bebouwde kom, aan een kant buren en voor de rest weilanden en akkers. 
En zo’n 450 m2tuin. Gazon, meidoornhaag bijgewerkt, volière gebouwd.  

 

 

 

Nog meer geluk was ons beschoren. Achter het huis lag een weiland dat we konden kopen. De tuin was daarmee zo groot dat veel dromen gerealiseerd konden worden. Om te beginnen werd hulp gevraagd aan de, in die tijd, beroemde kwekerij Stokkermans op Ten Esschen.
Die hadden een plantage in het tegenover de kwekerij liggende dal, nu ligt daar de A76. Bomen uitgezocht en die vervolgens met hulp van een provisorische brug over de Geleenbeek en de Luiperbeek naar de tuin gekruid. Op een na staan al die bomen er nog, die ene was een ratelpopulier die bij een zware storm afknapte.


De tuin was klassiek. Gazon, borders, struiken en daartussen bomen. Ook die struiken staan er nog zo goed als allemaal. Op het gazon speelden de kinderen en de honden, liepen chabo’s (Japanse dwergkrielen) en minstens eenmaal per week was er herrie en stank, gras maaien. Aanvankelijk werd het gemaaide gras tussen de planten als afdek- en mulchlaag gebruikt. Toen vanwege de drukke baan het verplicht grasmaaien ‘s avonds moest gebeuren, met zaklantaarn tussen de tanden, was de maat vol.
 


Lezen en studeren, tuinen bezoeken wanneer het maar effe kon, deden allengs vragen naar boven komen, zoals: paardenbloemen en madeliefjes verwijderen in een gazon van 1000 m2 is niet te doen. En moet dat dan? En waarom dan wel? Vergif ging niet, kleine kinderen en pluimvee. Bovendien had mijn grootvader bij de bestrijding van de coloradokever al gezegd, als dieren van dat spul doodgaan, gebeurt dat met mensen ook.Het Rapport van de Club van Rome en vooral het beroemde boek van Rachel Carson, Zwijgende Lente, gaf de doorslag. Via een gat in de haag kwam Stokkermans met een kleine traktor en ploegde het gazon om. Werk was niet meer nodig, de natuur deed immers alles!?

 


Dat viel tegen. Eind van de zomer stonden gras en brandnetels één meter hoog, vergezeld van een exemplaar van het vingerhoedskruid. Een bezoek aan de tuinen van Louis de la Roi gaf het laatste zetje. Ecologisch tuinieren was het credo. Studeren, lezen, mensen opzoeken die daar ook mee bezig waren, lidmaatschap van Natuurverengingen ( vooral IVN ) en functies binnen die gelederen waren wegbereiders en richtingwijzers. Een totaalplan, gemaakt in het midden van de zeventiger jaren, startte ik met de aanleg van de grote vijver. In een tijdsbestek van negen jaar werden paden gelegd en elk stukje vol geplant. Steeds weer opnieuw werden onderdelen gewijzigd. De groei van bomen en struiken brachten structuur maar ook steeds meer schaduw. Meer en meer kwamen ook de planten die onder die omstandigheden graag leven. Vergif en mest waren en zijn nog steeds taboe. De juiste plant op de juiste plaats en dat werkt fantastisch. Weinig werk en veel plezier en daarmee is ook een van de in lezingen, columns en artikelen gebruikt gezegde geboren:

“Een mooie tuin is als een paradijs en daar heb ik nog nooit iemand zien werken.”

 

Eind tachtiger, begin negentiger jaren, bereikte de tuin het stadium van de rust. De balans. Niet dat er niks meer te doen was, soms verdwenen planten, soms kwam er spontaan wat op en op elke tuinbeurs werd wel weer wat aparts gevonden. Ecologische tuinieren, houdt niet in dat je alleen maar inheemse planten gebruikt. Alle planten uit dezelfde klimaatzone als waarin Petershof ligt komen in aanmerking, mits grond en licht aan de door de plant gestelde eisen voldoen. Het is zinloos woestijnplanten in het moeras en moerasplanten in de woestijn te laten groeien. De plant staat centraal. Planten die het naar hun zin hebben groeien gezonden geven dus veel plezier en weinig werk. De tuin staat ook vol, immers, op de plek waar een plant staat kan niks anders groeien. Winterklaar maken, snoeien van bomen en struiken is er allemaal niet bij. Blad opruimen gebeurt alleen maar op de paden. Natuurlijk zijn er wel eens slakken en is dat aan de Hosta te zien. Met een emmer, zaklamp en handschoenen, een avondwandeling in de tuin en je hebt ze zo te pakken, die bruine naaktslakken. Dat vangen gebeurt alleen als het de spuigaten uitloopt en dat is zelden het geval. Aan de andere kant van de Geleenbeek krijgen de slakken de vrijheid terug. Als ergens in de buurt weer eens iemand vergif gebruikt heeft, sneuvelt de egel en de lijster. En is er prompt een slakkenplaag.

 

accentplanten


Ecologisch tuinieren heeft niks met de stijl van de tuin te maken, betekent wel respect voor dieren en planten.
De tuin vergt per jaar zo’n vijftig uur onderhoud en dat dan vooral in de voorjaars maanden als het oude loof van de vaste planten verwijdert dient te worden.

 

In de loop der jaren, vanaf eind jaren negentig, kwamen er meer en meer oosterse elementen in de tuin. Dat Verre Oosten heeft altijd geboeid en toen, via een organisatie die experts naar landen die daar behoefte aan hadden uitzond, voor mij  de kans voorbij kwam om in die landen te werken, was ook dat besluit gauw genomen. Vooral de vele reizen naar China hebben aan die Oosterse invloed bijgedragen. 

De balans in de tuin was zo stevig dat langere perioden van afwezigheid nauwelijks invloed hadden op de gang van zaken in de tuin. Deze wijze van tuinieren, met respect voor de gang van zaken in de natuur en gebruik maken van processen uit de natuur, dat laatste vooral, levert een schitterende tuin op waar weinig werk in is, waar vogels, vlinders en allerlei ander leven kan groeien. Waar planten de kans krijgen om hun schoonheid helemaal te laten zien, samen met hun buren. Waar altijd wat te zien valt en waar werken nog uitgevonden moet worden, genieten niet.

Lees hier verder over de inrichting van de tuin


foto's van de tuin

Petershof-Weustenrade